Dion and the Belmonts 04Dion & the Belmonts

Biografie:

Dion geboren  op 18 juli 1939 groeide samen met zijn twee zussen op in de Bronx in New York.  Op jonge leeftijd kreeg hij een Gibson gitaar en 1 van zijn favoriete nummers was "Honky tonk blues" van Hank Williams. De school en de kerk vormden zijn aanloop naar een fascinerende carrière die begon in de lokale clubs in de Bronx en dat voor 25 dollar per avond. Omdat hij nog maar 14 was, moest hij wel op tijd achter het podium verdwijnen als de politie haar ronde deed. Drie jaar later keert Dion zijn school de rug toe en richt, geïnspireerd door de talrijke blanke doo-wopgroepen, zijn eigen kwartet op: Dion and the Timberlanes.

In de lente van 1958 helpen Gene Schwartz en Bob Schwartz hen aan een platencontract bij Laurie Records. Omdat de groep vaak oefende op Belmont Avenue werd hun groepsnaam aangepast en heetten ze voortaan Dion and The Belmonts. Hun eerstel nummer "I wonder why", een up-tempo doo wopper, kreeg hitcijfer 22 op zijn palmares en ook de opvolger  "No one knows" werd meer dan een doordeweekse meevaller. Eén maand voordat Buddy Holly, Richie Valens en The Big Bopper zouden omkomen bij een vliegtuigongeval, trokken Dion and The Belmonts met hen op tournee. In de maand mei van 1959 scoorde ze een grote hit met het door Doc Pomus en Mort Shuman geschreven "A teenager in love".

Dion and the Belmonts 02Na enkele muzikale meningsverschillen gaan in september 1960 Dion and The Belmonts in alle vriendschap uit elkaar. Dion blijft bij Laurie Records en The Belmonts tekenen een contract bij het kleinere Sabina label. Lauri dropt Dion meteen tussen de populaire tieneridolen van toen: Bobby Vee, Fabian, Frankie Avalon en Bobby Rydell. De eerste solopoging van Dion wordt "Lonely teenager", een top 20-hit en The Belmonts geraken tot op 18 met "Tell me why".  Daarna kwamen ze niet verder dan nummer 57 met "Don’t get around much anymore" terwijl Dion in zijn eentje doorschiet naar één met "Runaround Sue", een nummer dat hij schreef samen met Ernie Maresca. De film Teenage millionaire moet hem in de maand november van 1961 nog dichter bij de fans brengen, wat optimaal lukt met de miljoenensingle "The wanderer" gekoppeld aan "The Majestic", beide te horen en te zien in de film Twist around the clock. In Engeland wordt The wanderer een top tiener, daar in 1976 nog eens rockend overgedaan door Status Quo. Zonder zijn hand om te draaien, lanceert Dion de ene hit na de andere; "Lovers who wander" is nog maar net op drie gearriveerd of daar komt "Little Diane" al opdagen. Ook de langspeler "Lovers who wander", doet het uitstekend. The Belmonts hebben intussen niet stilgezeten en geraken de top 30 nog eens binnen met "Come on little angel".

December 1962 stapt Dion over naar platengigant CBS Records. Zijn debuut hier wordt Leiber en Stollers "Ruby baby", oorspronkelijk een hit in 1955 voor The Drifters. De single wordt twee en voor Dion zijn zoveelste gouden schijf. Zijn eerste CBS-album Ruby baby resulteert in een 21ste plaats. Dion Di Mucci werd CBS’ eerste grote rockster. Producer Robert Mersey, waar Dion mee van start mag gaan, laat hem meer gangbare popsongs en ballads opnemen. Al moest hij bergen verzetten, hij wil Dion absoluut uit het singlecircuit halen en hem lanceren als een elpee-artiest. Dat was tot dan toe maar met één artiest echt gelukt, Bobby Darin. Na lang heen en weer gepraat, wordt Dion uiteindelijk tot zijn eigen producer gebombardeerd en kan hij zijn vrije gang gaan. Hij was opgegroeid met blanke doo-wop en hierin voelde hij zich nog altijd het best, wat u ook duidelijk hoort op zijn Columbia-singles Can’t we be sweethearts, Little girl of mine en A sunday kind of love. Oktober 1963 toont Dion op zijn best in zijn derde CBS-hit Donna the prima donna en twee maanden later wordt het opnieuw een Drifters’ cover Drip drop, zijn 18de top 100-hit in een tijdspanne van drie jaar.

Dion and the Belmonts 02Mei 1967 lanceert ABC Paramount Dion and The Belmonts opnieuw verenigd op de elpee Together again, maar de singles daaruit, Berimbau en Movin’ man, komen alleen in handen van verzamelaars terecht. Geheel onverwacht duikt Dion in december 1968 in zijn eentje boven in de Amerikaanse hitlijsten, opnieuw op zijn vertrouwd Laurie label, met het door Dick Holler geschreven Abraham, Martin and John, een gigantische comeback en in één klap een nummer vier-hit. De maand april 1968 is voor hem een nooit meer te vergeten datum, want de geneesheren verklaren hem volledig verlost van zijn drugverslaving.

Gedurende 1987 en 1988 geeft Dion enkele onvergetelijke optredens tijdens een Rock hall of Fame Concert in New York, the Grammy Awards TV-show in 1988 en datzelfde jaar een fenomenaal concert met Bruce Springsteen. Nog geen jaar later wordt Dion opgenomen in de Rock’n’Roll hall of Fame, waar hij iedereen nog eens van zijn grote liefde voor de rock’n’roll wil overtuigen met de volgende woorden: ‘With rock and roll, after you’ve been doing it a while, you’ve got five choises:  you can die, you can burn out, you can go 100 percent showbiz, you can leave showbiz all together of you can realize that this music is something powerfull. And you don’t have to worry, the original rock’n’roll attitude will remain with you forever’. In 1989 verrrast Dion iedereen met de cd Yo Frankie met daarop als gasten Paul Simon, Lou Reed en Bryan Adams in een productie van Dave Edmunds. In 2002 werd hij ingewijd in  The Grammy Hall of Fame voor zijn hit Runaround Sue.